sluiten X

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie

Missen jouw kopregels deze krachtige psychologische weerhaakjes?

Als je kopregel onvoldoende aandacht trekt, dan doet de rest van je tekst er niet meer toe. Alle moeite die je hebt gedaan om die prachtige webtekst, advertentie of blog te schrijven, was voor niets. Als je kopregel niet doet wat hij moet doen, zapt je lezer verder en ben je hem kwijt. Misschien wel voorgoed.

Je kopregel is verreweg het belangrijkste zinnetje in je marketingcommunicatie. Je kopregel moet je lezer zo hard en nauwkeurig raken, dat die alles uit z’n handen laat vallen waar hij mee bezig was en alleen nog maar denkt: wauw, hier moet ik meer van weten!

Dat lukt alleen als je kopregel weerhaakjes heeft. Psychologische weerhaakjes, waardoor je lezer hem niet kan negeren.

Weerhaakje nummer 1:
Vragende versus stellende kopregels

Laat je de mogelijkheden liggen om legaal belasting te ontduiken?

Vertoont jouw laptop de verschijnselen die duiden op een naderende harddisk crash?

Zappen jouw bezoekers te snel weg van jouw website?


Ziehier: de kracht van de vraag. Een vraag wint het dik van een stelling, als je ze tegen elkaar test. Een vraag als Kost het je moeite om die kilo’s kwijt te raken? trekt veel meer aandacht dan dezelfde zin in de vorm van een stelling: Raak zonder moeite die kilo’s kwijt. Hoe komt dat?

Het antwoord is simpel, weten we sinds de uitvinding van de fmri-scanner. Geef het brein een vraag en de grijze cellen gaan als een gek aan het werk om een antwoord te vinden. Alleen al bij het zien van een vraagteken ontstaat er activiteit in het oplossingscentrum van het brein.

Zijn jouw kopregels geschreven in de vorm van stellingen? Kijk eens wat er gebeurt als je er vragen van maakt.


Weerhaakje nummer 2:
Probleem-gebaseerde versus oplossing-gebaseerde kopregels

Lig je wakker van de teruglopende omzet in je eenmanszaak?

Schiet je als ouder tekort als je je kind niet kunt helpen met zijn wiskunde?

Betaal je veel te veel voor je APK omdat je al jaren klant bent bij die garage?


Niet alleen activeren deze kopregels de hersens van je lezer door hun vraagvorm, ze raken ook een pijnpunt. Als een van deze kopregels jou een knoop in je maag bezorgt, kun je er zeker van zijn dat jij tot de doelgroep behoort.

Kijk naar de reclame om je heen. Bijna alles wordt gepresenteerd in de vorm van oplossingen. Elke adverteerder probeert zijn oplossingen onweerstaanbaar te maken. Maar voor het brein zijn alleen problemen onweerstaanbaar. Oplossingen kunnen we gemakkelijk negeren. We worden er de hele dag mee doodgegooid. Maar probeer eens een probleem dat jou werkelijk raakt te negeren.

Zijn jouw kopregels geschreven in de vorm van oplossingen? Bouw ze om naar problemen. En kijk hoeveel sterker je marketingcommunicatie wordt.


Weerhaakje nummer 3:
Nieuwsgierigmakende versus niet-nieuwsgierigmakende kopregels

Kijk eens naar de kopregel boven dit artikel. Zie je het woordje dat jouw nieuwsgierigheid heeft opgewekt? Het ene woordje dat ervoor heeft gezorgd dat je de tekst bent gaan lezen?

Het gaat om het woordje deze. Surprised? Dat zo’n doodnormaal klein woordje zo’n grote rol kan spelen? En toch is dit doodgewone woordje verantwoordelijk voor weerhaakje nummer 3. Dit woordje belooft de lezer dat er in dit artikel concrete informatie wordt geopenbaard waarmee hij zijn kopregels nieuwe psychologische krachten kan bezorgen. Zelfs als jij een marketinggoeroe bent met als specialisatie kopregels schrijven, zul je toch even willen kijken over welke psychologische weerhaakjes we het hier hebben.

Kopregels met een nieuwsgierigmakend element erin zijn moeilijk te weerstaan, omdat mensen van nature nieuwsgierig zijn. Zeg een groep kinderen dat ze niet achter een gordijn mogen kijken en ze zijn niet meer te houden.

Dat kleine woordje maakt een wereld van verschil. Laat het maar eens weg.
Missen jouw kopregels krachtige psychologische weerhaakjes? is nog steeds een prima kopregel. Maar hij is niet zo sterk als de versie die boven dit artikel staat. Want hij mist weerhaakje nummer 3.

Erik de Vries

Op August 16, 2010